Eerste periode

Je pasgeboren baby. Wat kan je pasgeboren kindje zoal?

Het hoofdje even optillen en de armpjes en beentjes bewegen. En dingen bekijken op een niet grote afstand dan 60 centimeter.

Je kindje heeft ook al een heleboel reflexen.

  • Loopreflex. Als je kindje onder de oksels wordt ondersteund en je houdt het boven bijvoorbeeld een tafel, dan zal je kindje bewegingen maken of het wil lopen. Dit blijft je kindje doen totdat het ongeveer 2 maanden oud is.
  • Wangreflex. Als je zachtjes over de wang van je kindje gaat dan zal het, het hoofdje die richting uit draaien. Op zoek naar de tepel van mama om lekker te kunnen drinken. Je kindje blijft dit doen totdat het ongeveer 4 maanden oud is.
  • Grijpreflex. Je kindje zal in ontspannen houding alles vastgrijpen dat tegen het handje aan komt
  • Mororeflex. Als je bijvoorbeeld een klap op de matras geeft waarop je kindje ligt, zal het een schrik beweging maken met de armpjes en de beentjes, het strekt de vingers. Dit doet je kindje totdat het ongeveer 6 maanden oud is.
  • Babinskireflex. Als je zachtjes over het voetzooltje van je kindje kietelt zal het de grote teen omhoog doen en de tenen spreiden.
  • Nekspanningreflex. Als je kindje op de rug wordt gelegd zal het een schermhouding aannemen.

Leg je kindje na de geboorte zo snel mogelijk aan de borst, als je borstvoeding wilt gaan geven. Je zal zien dat het zuigreflex bij een gezonde voldragen baby al aanwezig is. Dit snelle aanleggen is belangrijk voor het op gang helpen van de borstvoeding en de band tussen moeder en kind. Lukt het voeden niet direct, maak je geen zorgen, je kindje heeft nog voor 48 uur reserve meegekregen. Sommige ziekenhuizen geven je kindje een flesje suikerwater, dit om te voorkomen dat de suikerspiegel van je kindje te erg daalt. Er zijn mensen die hier erg optegen zijn, omdat het speenverwarming kan veroorzaken. Een kindje drinkt namelijk anders uit de borst dan uit de fles, als het een flesje krijgt in de eerste vier levensweken dan kan het dat het niet goed meer uit de borst weet te drinken, waardoor de borstvoeding niet goed op gang komt. Ook mag in sommige ziekenhuizen de baby bij de moeder op de kamer blijven. Kiest u voor het geven van de fles, zorg dan dat er toch nog huid contact is, door bijvoorbeeld je kindje even op de blote borst te leggen. Om je kindje goed te laten drinken is het belangrijk dat de omgeving rustig is. Verschoon de luier voor de voeding, want veel kindjes vallen bij het voeden is slaap, en je kan dan nadien geen luier meer verschonen, zonder je kindje wakker te maken. Als je kindje erg van streek is, troost het dan eerst, anders is het niet goed in staat goed te eten. Zorg voor contact onder het voeden, door oogcontact en een zachte knuffel of aai. Als je van borst wisselt of de fles is half leeg stop dan even om je kindje een boertje te laten doen. Dit om het lucht uit het buikje te laten ontsnappen, wat anders krampjes kan veroorzaken.

Je kindje zal in de eerste periode van zijn of haar leventje lichaamsgewicht verliezen, dit is heel normaal, en zolang dit niet meer dan 10% dan het geboorte gewicht is hoef je, je niet ongerust te maken. Dit wordt niet veroorzaakt door te weinig voeding maar door vochtverlies na de geboorte. Na veertien dagen zijn bijna alle baby's weer terug op hun geboorte gewicht of zelfs daarboven. Sommige baby's zijn in het begin nog niet in staat om goed te zuigen. Wil de borstvoeding niet goed op gang komen, dan is het misschien aan te raden een sterke kolf te huren, waarmee de borsten extra gestimuleerd worden.

Laat niet meer dan 10 uur snachts tussen de voedingen bij een baby die jonger is dan 6 maanden, dit omdat dan de suikerspiegel van je kindje te veel daalt, en dit is schadelijk voor de hersenen van je kindje.

Sommige kindjes zien geel na de geboorte of een paar dagen hierna, dit heet geelzucht, kijk voor meer informatie hierover naar het hoofdstuk geelzucht.

De eerste ontlasting van je kindje is groen/zwart. Dit is meconium. Hiermee hebben de darmen van je kindje zich gevuld tijdens het verblijf in de baarmoeder. Het lozen van de meconium is een goed teken, hiermee wordt namelijk aangeven dat de spijsverteringsorganen in orde zijn. Na een paar dagen veranderd de ontlasting in donker geel/groene ontlasting vooral bij borstvoedingskindjes. In deze ontlasting kan zich slijm, mucus bevinden. Een paar dagen na de overgang wordt de ontlasting weer anders, dit is afhankelijk van de voeding die je kindje krijgt. Bij moedermelk zal de ontlasting goudgeel zijn. Ontlasting kan bij borstvoeding dun zijn. De ontlasting van kindjes die de fles krijgen is wat vaster, en meer donkerbruin.

De kleur van de oogjes van je kind is nog moeilijk te bepalen omdat de meeste kindjes met blauwe of grijsblauwe ogen geboren worden. De meeste zwarte of Aziatische kinderen worden met donkere gewoonlijk bruine ogen geboren. De ogen van donkere kinderen zal waarschijnlijk donker blijven, terwijl de ogen van kinderen met een blanke huidskleur nog sterk kunnen veranderen. Pas tussen de derde tot zesde maand, soms zelfs nog later, zal de definitieve oogkleur blijken. Dit komt omdat de pigmentatie van de iris nog ontwikkeld, waardoor pas met een jaar de echte oogkleur kan worden bepaald.

Een week na de geboorte zal het hielprikje afgenomen worden. Meer hierover in het hoofdstuk hielprikje. Waarschijnlijk zal je huisarts ook nog langskomen om kennis te maken met je kindje en het te onderzoeken. Ook zal de arts vragen na hoe het allemaal gaat, en kan je eventuele vragen stellen.

Verder praten over dit onderwerp? Bezoek dan de volgende rubrieken van ons forum: