Nachtmerries en (enge) dromen
Alle kinderen dromen: babys, dreumesen, peuters, kleuters, elke nacht spookt er van alles door hun kleine hoofdjes. De dromen van babys gaan waarschijnlijk over hun basisbehoeften zoals voeden, warmte, knuffelen en lachen. Peuters en kleuters daarin tegen hebben al zon sterk ontwikkelde fantasie dat zij al hele verhaallijnen kunnen dromen.
Leuke, spannende en ook enge gebeurtenissen passeren s nachts de revue. Peuters vinden het nog wel heel moeilijk om precies te vertellen waar zij over gedroomd hebben omdat zij nog geen onderscheidt kunnen maken tussen werkelijkheid en fantasie. Vanaf de kleuterleeftijd zijn kinderen goed in staat hun droom na te vertellen.
Wanneer je kindje huilend en overstuur wakker wordt ga je er als ouder terecht vanuit dat je kindje geen leuke droom gehad heeft. Van leuke dromen wordt je niet huilend wakker, enge dromen kunnen je peuter of kleuter behoorlijk overdonderen.
Dromen is een belangrijk onderdeel van de slaap. Diepe slaap (waarin niet gedroomd wordt) wordt afgewisseld door lichte onrustige slaap (waarin wel gedroomd wordt).
Dit verklaard ook waarom kinderen wakker kunnen worden van een (enge) droom. Immers als je licht slaapt (net onder bewustzijnsniveau) schrik je eerder wakker dan als je diep slaapt.
De slaap waarin wel gedroomd wordt noemen we de REMslaap (rapid eye movement). De diepe slaap heet non-REMslaap. Als je kindje zich in de non-REMslaap bevindt dan is hij rustig en ontspannen, zijn ademhaling is diep en hij is moeilijk wakker te krijgen. Problemen als slaapwandelen en bedplassen komen dan ook voor als je kind zich in dit stadium van de slaap bevindt. Naar mate de nacht vordert wordt de non-REMslaap minder en belanden kinderen in de REMslaap. In deze slaap wordt dus gedroomd. Ongeveer 60% van de gehele slaap bestaat uit deze laatst genoemde fase. Bij volwassenen is dit 25%. Relatief gezien droomt je kind dus veel gedurende de nacht.
s Nachts verwerken kinderen alle indrukken die ze overdag opgedaan hebben. Dromen kunnen geven het gevoelsleven van een kind goed weer. Alles wat zij overdag aan emotie ervaringen opdoen komt s nachts terug. Het is daarom ook niet zo gek dat naast vreugde en blijdschap ook frustratie en angst in de nacht om een hoekje komen kijken.
Hierdoor ontstaan nachtmerries. Ieder kind heeft ze wel eens en als het een paar keer voorkomt hoef jij je geen zorgen te maken, het is normaal en het hoort bij de ontwikkeling van je kind.
Het ontstaan van een nachtmerrie kan een aantal oorzaken hebben:
- (over)vermoeidheid
- slaaptekort
- drukke dag
- hoge koorts/ziekte/medicijngebruik
- te veel en/of te laat eten
- slapen op een te warme kamer/te warm bed
- slapen op de rug
- emotionele problemen (stress, ruzie, rouw)
Als je kindje een nachtmerrie heeft, hoeft dat niet meteen te betekenen dat er iets mis is.
Je kind kan echter wel last hebben van de nachtmerrie en dan is het natuurlijk logisch dat je hem je hulp en troost geeft. Praten over de enge droom of nachtmerrie kan al heel zinvol zijn. Samen bedenken waardoor de enge dromen wegblijven is ook een goede optie, helemaal als je kindje zelf een oplossing bedenkt waarmee hij de dromen weg kan jagen (dromenvanger, dromen wegblazen).Doordat zij hun eigen fantasie als hulpmiddel gaan inzetten kan de angst (die ook weer uit hun eigen fantasie voorkomt) weggenomen worden. Sommige kinderen voelen zich extra gesteund door hun knuffel, laat ze deze dan ook zo lang mee naar bed nemen als dat zij zelf prettig vinden. Een knuffel kan veel troost en veiligheid bieden na een enge droom. Doordat je overdag over de enge droom praat kan de onderliggende angst of frustratie soms achterhaald worden (oma zei dat mijn tandjes uitvallen als ik mijn brood niet op eet)
Wat ook kan helpen is om de droom een andere wending te geven als jullie erover praten (lijm in de droom meenemen om de uitvallende tandjes vast te plakken).
Nachtmerries kunnen ook gewoon ontstaan vanuit de levendige fantasie van je kind, zonder dat er een diepere betekenis/reden is.
Als je met je kindje praat over de enge droom,stel je dan zo open mogelijk op en ga geen dingen voor hem invullen ( die meneer was zeker eng
.misschien was het juist wel een steun en toeverlaat in de droom van je kind). Praat hem geen gevoelens aan maar probeer heel goed te luisteren. Als je open vragen stelt kan je je kind helpen zijn gevoelens onder woorden te brengen. Open vragen zijn vragen waar kinderen niet alleen met ja of nee op kunnen antwoorden (Waarom vond jij die spin eng dan? Wat deed de spin waardoor jij bang werd?)
Tegen je kindje zeggen dat het maar een droom was en het allemaal wel meevalt is niet zo verstandig. Voor je peutertje was het namelijk allemaal wel heel echt en als jij dat negeert voelt hij zich niet begrepen. Kinderen kunnen nog maar heel moeilijk onderscheidt maken tussen werkelijkheid en fantasie.
Een vast bedritueel* kan je kindje helpen de kans op een nachtmerrie te verkleinen:
- Houdt een vast bedritueel aan
- Laat een klein lampje branden
- Bekijk de kamer van je kindje eens goed, een stoel kan al voor een enge schaduw zorgen
- Laat je kindje geen enge films kijken, lees niet te enge/spannende verhalen voor
- Houd het bedritueel rustig en kalm
- Verzin met je kindje iets leuks om over te gaan dromen
- Praat/loop de dag nog even door, dit voorkomt vaak een uitbarsting van indrukken als het kindje al slaapt
- Geef de favoriete knuffel mee naar bed
- Neem je kind na een nachtmerrie niet bij je in bed, zo straal je namelijk de boodschap uit dat jullie bed wel veilig is en kindjes eigen bed niet (in sommige ernstige gevallen is het wel goed om je kindje bij je te nemen). Hierdoor kunnen ongewild andere slaapproblemen* ontstaan.
- Geef je kind (gedurende de hele dag) een hoop zelfvertrouwen mee. Laat zien dat jij in hem gelooft en trots op hem bent.
Heeft je kindje echt heel vaak nachtmerries? Ga dan eens na wat er allemaal gebeurd is de afgelopen tijd. Is er iets binnen het gezin of de familie veranderd? Is je kindje pas voor het eerst naar school gegaan of heeft het problemen met zindelijk worden? Misschien zijn er wel ergere dingen aan de hand. Observeer ook het gedrag van je kind overdag heel goed. Komt hij gespannen over? Huilt hij snel of wordt hij juist heel gesloten en trekt hij zich terug? Deze reacties in combinatie met veel nachtmerries zijn vaak een signaal voor ouders om actie te ondernemen.
Soms is praten met een ouder voldoende, heb je het idee dat dit niet werkt? Schakel dan de leerkracht, het consultatiebureau of een andere zorginstelling (jeugdzorg, steunpunt, opvoedtelefoon, pedagoge) in. Zij kunnen je helpen.
* Binnenkort komt hierover ook een artikel op de Babybrabbel (Bedritueel en Bang in het donker)
telefoonnummer opvoedtelefoon: 0900- 8212205
Tekst bij Hilde


