Hoe vindt een bevruchting plaats
Een zwangerschap kan pas tot stand komen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Allereerst moet in de eierstok een eiblaas (follikel) tot ontwikkeling komen. Bij de eisprong of ovulatie komt uit deze eiblaas een eicel vrij. De eisprong vindt meestal tussen de tiende en veertiende dag van de menstruele cyclus plaats. De cyclus duurt gemiddeld achtentwintig dagen. Dit is geteld vanaf de eerste dag van de menstruatie tot de eerste dag van een volgende menstruatie. Na de eisprong dient de eierstok nog tenminste twaalf dagen voldoende hormonen (met name het progesteron hormoon) te maken om het slijmvlies van de baarmoeder geschikt te maken voor een innesteling.
De na de eisprong vrijgekomen eicel komt in de eileider en begint daar zijn weg af te leggen naar de de baarmoeder (uterus). Het is voor een bevruchting noodzakelijk dat er bij de man voldoende gezonde zaadcellen worden geproduceerd. De aanmaak van zaadcellen gebeurt in de zaadballen. Bij een zaadlozing komen deze zaadcellen samen met zaadvocht naar buiten. Het is belangrijk dat bij de samenleving (gemeenschap) dit zaad goed in de schede (vagina) terecht komt. Hierna bewegen de zaadcellen zich voort door het slijm van de baarmoederhals en komen dan via de baarmoeder in de eileiders terecht. Als de zaadcellen een eicel ontmoeten in één van de eileiders, dan vindt de eigenlijke bevruchting plaats. De bevruchte eicel (wat nu een embryo genoemd wordt) wordt in ongeveer vier dagen tijd door de eileider naar de baarmoeder vervoerd. Daar nestelt het embryo zich in op ongeveer de zevende dag na de eisprong. Dit is ongeveer drie weken na de eerste dag van je menstruatie.
Helaas is het niet zo, dat als aan alle beschreven voorwaarden in de cyclus is voldaan, het ook daadwerkelijk tot een zwangerschap komt. Zelfs als alle omstandigheden zeer gunstig zijn is de kans dat het in een cyclus tot een zwangerschap komt maar twintig procent.
Verklaring bovenste afbeelding
afbeelding baarmoeder met eierstokken
- A Baarmoeder
- B Zaadcellen
- C Vagina
- D Baarmoederhals
- E eierstok
- F folikel met eicel
- G Eileider
Verder praten over dit onderwerp? Kijk dan op het forum!


