Woordenlijst (on)vruchtbaarheid

Medische termen verklaard

 

  • Adenomyosis uteri = spiervezels
  • baarmoedermond = onderste deel van de baarmoeder dat in de schede (vagina) zichtbaar is
  • BTC = basale temperatuur curve
  • Cervix = baarmoederhals
  • Chocolade-cyste = een holte in de eierstok die gevuld is met oud bloed (ook wel endometrioom genoemd)
  • Coïtus = samenleving
  • Conceptie = bevruchting
  • Corpus luteum = gele lichaam
  • CT-scan = afkorting van computertomografie-scan, een onderzoek met röntgenstralen. Door het maken van een serie foto's wordt (een gedeelte van) het lichaam als het ware in plakjes weergegeven
  • Cyclus = de periode van het begin van de menstruatie tot het begin van de volgende menstruatie
  • Dyspareunie = pijn tijdens gemeenschap
  • Dysmenorroe = pijnlijke en moeilijke menstruatie
  • Echoscopie = onderzoek met behulp van geluidsgolven dat een afbeelding geeft van de baarmoeder en eierstokken; dit onderzoek kan zowel via de buik (bij volle blaas) als via de schede (bij lege blaas) worden uitgevoerd
  • Ejaculaat = bij zaadlozing geproduceerde zaadmengsel
  • Ejaculatie = zaadlozing
  • Embryo = bevruchte eicel
  • Endocrinologie = Leer der hormonen en hormoonstoornissen
  • Endometrioom = een holte in de eierstok die gevuld is met oud bloed (ook wel chocolade-cyste genoemd)
  • Endometriose = aandoening waarbij baarmoederslijmvlies zich buiten de baarmoeder bevindt
  • Endometrium = baarmoederslijmvlies
  • Epididymis = bijbal
  • fertilisatie = bevruchting
  • Fertiliteit = vruchtbaarheid
  • Follikel = eiblaas
  • FSH = follikel stimulerend hormoon
  • Gele lichaam = "lege"follikel na de eisprong
  • HCG = humaan chorion-gonadotrofine = zwangerschapshormoon
  • HSG = hysterosalpingogram = baarmoederfoto
  • Hysterectomie = verwijdering van de baarmoeder (uterusextirpatie)
  • ICSI = intracytoplasmatische sperma-injectie = inbrengen van één zaadcel in het binnenste van een eicel
  • Infertiliteit = onvruchtbaarheid
  • IUI = intra-uterine inseminatie = inseminatie in de baarmoeder
  • IVF = in vitro fertilisatie = reageerbuisbevruchting
  • KID = kunstmatige inseminatie met donorzaad
  • Laparoscopie = kijkoperatie
  • Laparotomie = operatie via een snede in de buikwand
  • LH = luteïniserend hormoon = hormoon dat eisprong in gang zet
  • Masturbatie = zelfbevrediging
  • Menopauze = de periode na de laatste menstruatie (gewoonlijk rond het 52e levensjaar)
  • Menstruatie = maandelijkse bloeding uit de vagina (schede)
  • Oestrogenen = vrouwelijk hormoon
  • Oocyt = eicel
  • Ovarium = eierstok
  • Ovulatie = eisprong
  • Ovulatie-inductie = opwekken van eisprongen met hormonen
  • Progesteron = hormoon geproduceerd door het gele lichaam
  • Scrotum = balzak
  • Sperma = zaadvloeistof
  • Spermatozo = zaadcel
  • Subfertiliteit = verminderde vruchtbaarheid
  • Testis = zaadbal
  • Testosteron = mannelijk hormoon
  • Tuba = eileider
  • Uterus = baarmoeder
  • Variocèle = spatader in balzak