Zaad

Zaadonderzoek

Om tot een bevruchting te komen is het van belang dat het zaad goed is. Als een zwangerschap uitblijft kan er besloten worden het zaad te onderzoeken op hoeveelheid en bewegelijkheid.

Bij een zaadonderzoek wordt de man gevraagd om zijn zaad in te leveren voor onderzoek. Het is belangrijk om drie dagen voorafgaande aan dit onderzoek geen zaadlozing te hebben.

Het zaad moet worden opgevangen in het potje dat je van het ziekenhuis mee krijgt. Het snel laten afkoelen is zeer slecht voor het zaad, daarom is het raadzaam het potje van te voren eerst een tijdje in de hand te houden, zodat het op temperatuur komt. Het zaad is het beste te beoordelen als het bij zelfbevrediging (masturbatie) wordt opgevangen en als het vers (bij voorkeur binnen twee uur) wordt nagekeken. Sluit het potje na de zaadlozing direct goed af, en breng het vervolgens naar de polikliniek. Direct na de zaadlozing bevat het zaad klonters. Binnen een half uur verdwijnen die klonters vanzelf door de vervloeiing. In de schede gaat het vervloeien sneller. Als je een deel van de zaadlozing niet hebt kunnen opvangen, is het raadzaam dit te vermelden. Veel gebeurtenissen kunnen de kwaliteit van het zaak nadelig beïnvloeden, vertel daarom aan de arts als je in de twee maanden voor het onderzoek met de volgende punten te maken hebt gehad.

  • Koorts
  • Een overgevoeligheidsziekte zoals hooikoorts, astma, uitslag, eczeem of allergie
  • Als u medicijnen heeft gebruikt (of nog gebruikt) (verpakkingen meebrengen)
  • Geopereerd bent onder narcose
  • Oververmoeidheid
  • Onregelmatige werktijden (bv nachtdienst)
  • Werkzaamheden bij hoge temperaturen of giftige stoffen.

De arts bekijkt het zaad dan onder een microscoop. Hij beoordeelt of er voldoende zaadcellen in zitten, of deze ook voldoende bewegen en of er niet teveel afwijkende vormen aanwezig zijn. Ook meet hij de totale hoeveelheid sperma. Meestal is dit 3 tot 4 cc (kubieke centimeter). Een productie van minder dan 2 cc kan een ongunstig teken zijn. Gemiddeld zitten er 40 miljoen zaadcellen in 1 cc sperma. Minder dan 10 miljoen per cc betekent meestal dat de man onvruchtbaar is. Om een indruk te krijgen van het aantal zaadcellen, gaat de arts na of er onder de microscoop bij een vergroting van 400 maal meteen ten minste twintig goed bewegende zaadcellen zichtbaar zijn. Zo ja, dan is het zaad vermoedelijk vruchtbaar. Er is nog veel meer te onderzoeken aan sperma, maar dat moet in het laboratorium worden gedaan. De uitslag van het onderzoek krijg je ongeveer twee weken na het inleveren van het zaad.

Ontbreken van zaadcellen
De zaadcellen kunnen ontbreken omdat er een afsluiting is in de zaadleider, bijvoorbeeld door een onsteking van de bijbal, waardoor vergroeiingen ontstaan zijn. Ook kan er een ader de zaadleider afsluiten. Bij vroegere operaties kan de zaadleider beschadigd zijn. Voorbeeld van operaties waarbij dit soms gebeurt zijn liesbreukoperaties, of een operatie van niet ingedaalde zaadballen (cryptorchisme). Een aangeboren afwijking is dat de zaadleider ontbreekt. Meestal zijn dan ook de bijballen en de zaadblaasjes afwezig. Dikwijls ziet men bij deze afsluitingen dat er zich in het bloed van de man afweerstoffen bevinden tegen de eigen zaadcellen. Het lichaam maakt afweerstoffen tegen de afgebroken zaadcellen, die in het lichaam worden opgenomen. De behandeling van afsluitingen als gevolg van een operatie heeft soms weinig resultaat.

De zaadcellen kunnen ook ontbreken omdat ze niet worden aangemaakt in de zaadballen. Dit kan een aangeboren afwijking zijn of door bepaalde uitwendige oorzaken later in het leven optreden. De oorzaak van de aangeboren vorm is of een tekort aan hypofysehormonen of een ontbreken van de onrijpe zaadcellen in de zaadballen.

Ligt het aan de hypothalamus of hypofyse, dan blijkt dat in de puberteit. De jongen heeft niet de gewone puberteitsverschijnselen. Dat komt doordat er ook gen mannelijk hormoon (testosteron) wordt aangemaakt in de zaadballen. Deze vorm van azoöspermie is goed te behandelen met het toedienen van hormonen.

Als er in de testisbuisjes geen onrijpe zaadcellen zitten dan wordt er wel mannelijk hormoon gemaakt door de zogeheten cellen van Leydig. Aan deze mannen is vaak uiterlijk niets bijzonders te zien. Een van de oorzaken is een chromosoomafwijking.

De zaadballen kunnen ook door uitwendige oorzaken beschadigd raken. Bekende oorzaken zijn: bestraling met röntgenstralen, celremmende middelen die wel gegeven worden tegen kanker of een onsteking van de zaadballen na de bof. Volwassen mannen die de bof krijgen, hebben veel kans op een onsteking van de zaadballen als complicatie. Bij jonge kinderen gebeurt dat slechts zelden. Daarom is het krijgen van de bof op volwassen leeftijd voor mannen tamelijk riskant. Behalve wanneer de oorzaak ligt in een tekort aan hormonen vanuit de hypothalamus of de hypofyse, is deze vorm van onvruchtbaarheid in feit niet te genezen.

Verder praten over dit onderwerp? Bezoek dan de volgende rubrieken van ons forum: